A’mal leuk
Is het realistisch om in het leven alleen leuke dingen te doen of moeten we soms minder leuke dingen doen om dingen te kunnen doen die we leuk vinden?
Ik heb ineens voornamelijk mensen die me aanmoedigen. En ineens klopt misschien niet. Misschien waren ze er altijd wel maar waardeerde ik ze niet zoals ik dat nu doe. Misschien zijn ze nu juist echt enthousiast omdat ik eindelijk iets doe wat ik leuk vind. En dus is de meest gestelde vraag:
‘Hoe gaat het met behangen, Plakpoes?’
Graag zou ik willen zeggen dat de agenda komende 5 maanden bomvol zit en eigenlijk een assistent nodig heb om te plannen. Oké, dat laatste zou serieus handig zijn maar dat komt omdat er echt tijd gaat zitten in contact met potentiële klanten waar niets uit voortkomt en ik stress krijg van plannen.
Zit in de opstartfase waarin 80% van het werk “leuren met jezelf” is. Vind ik lastig, maar begin bijna schaamteloos visitekaartjes te strooien, zelfs als ik mijn lunch afreken. Achteraf bedacht ik dat die arme jongen misschien iets anders dacht. Ze liggen in babywinkels, bij keukenboeren, badkamerzaken, meubelzaken, verf- en behangwinkels, in supermarkten, in klushuizen waar ik langs loop en zelfs de aannemer die een paar jaar terug ons huis heeft verbouwd is op de hoogte. Verzin het, ik lig er. (Maar even, verzin het en vertel me want misschien heb ik het nog niet bedacht). Druk dus met zaadjes planten en geen geduld om te wachten met oogsten.
Niche is nice
Van mijn ondernemerscoach moet ik een doelgroep bedenken. Een niche. Ik heb dan nekharen die overeind gaan staan en niet omdat ik er opgewonden van word. Vind dit zo’n onzin, en dat weet ze. Mijn antwoord ‘Met de naam Plakpoes denk ik mijn doelgroep te onderscheiden tussen mensen die het leuk vinden om Plakpoes over de vloer te krijgen en mensen die denken dat het met zo’n naam nooit iets kan zijn’ vond mijn ondernemerscoach niet voldoende.
Dus ging ik denken
Dan komt er niks. Ik wil plakken. Iets moois achterlaten. Dat mensen blij zijn als ik ben geweest en trots aan iedereen hun muurtjes laten zien. En als ze dan doorvertellen dat ik best aaibaar ben, is dat mooi meegenomen. Maar dat is geen niche. Ik moet de doelgroep kiezen en niet de doelgroep mij. Ze heeft gelijk maar ergens denk ik ook, wat kan mij het schelen, laat me gewoon plakken.
Iemand tipte me: ‘Tamaar, met zo’n naam moet je op Pride Eindhoven kaartjes uitdelen. Wij potten kennen namelijk niks en huren voor ieder klusje iemand in.’ (Haar woorden, niet de mijne). Ik geloof dat je iemand niet toevallig tegenkomt en heb bij drie homohuishoudens geplakt dus vond de Gay Pride helemaal geen slecht idee en zo geschiedde.
Nou ja, zo geschiedde… Laat ik zeggen dat ik een tijdje om me heen stond te koekeloeren en met de staart tussen de benen naar huis wilde maar toch blij ben toevallig diezelfde persoon weer tegen te komen en zij me aan die staart meesleurde om m’n kaartjes onder neuzen te drukken. Als het jouw visitekaartjes waren dan trok ik jou mee, maar voor mezelf… liever niet. Dus dank je wel, Nelleke.
Lachend en met plezier
Doe ik wat ik doe. Bij mijn eerste grote klus van drie dagen achter elkaar plakken in een tattooshop kwam het besef dat dit echt spelen is en misschien ook de eerste baan sinds mensheugenis waar ik eer heb van m’n werk en nu pas begrijp, beter gezegd; voel, wat leuk werk met je doet. Is dit een goed moment om te vertellen dat ooit mijn werk was mensen hierin coachen en er trainingen in gaf?
Waar ik in het begin nog twijfelde of ik echt als Plakpoes door het leven zou gaan – want de bakken kritiek lieten me wankelen tot ik dacht: ik verander mijn naam niet vanwege de plaatsvervangende schaamte van een ander, zal ‘m met trots dragen, verdomme – schrijf ik ‘m nu op alle muren die ik behang. Een poes markeert nou eenmaal haar territorium en dat mag best heel Nederland zijn. Met m’n plakbus – manifesteren die handel –
In diezelfde week had ik nog een opdracht en dan zit dat behangen zo lekker in de vingers dat ik dit het liefst iedere dag doe. Maar er zijn ook weken waarin ik niets te plakken heb.
Dan vergaat het lachen
Een goed lopend bedrijf bouw je niet in 3 maanden. Dit begint met lawaai maken. Dat heeft tijd nodig. Het ding is… Die tijd heb ik niet. De vorige keer schreef ik over het mooie vangnet van het UWV. Wat ik niet schreef is dat deze niet oneindig is.
Eind augustus
Dan houdt dat vangnet op. Ik plak nog niet zoveel dat het mijn kachel deze winter laat branden. Dus moet ik gaan denken aan plan B. Ik doe niet aan plan B. Als je plan B hebt ga je ervan uit dat plan A mislukt. Ben dus aan het bedenken hoe plan A een succes wordt terwijl plan B ernaast loopt zodat mijn kachel brand.
Denk ik aan dingen die ik ken en kan en waar prima mee te verdienen is. Kan ik terug naar langdurig zieken? Trekken aan dode paarden? Werkgevers die kei lelijk doen over hun zieke medewerkers en mij daarmee op metershoge kasten krijgen? Een wetgeving waaraan ik een graftakketeringhekel heb? Dingen doen, zeggen en schrijven waar ik niet achter sta? Lukt me dit zonder dat het me iets doet met het oog op plan A? Daar ben ik nog niet achter maar iets zegt me dat ik eerst bij de friettent op de hoek vraag of ze alleen meisjes van 16 aannemen of ook van 46.
Wacht even. Misschien moet de eigenaar van de boksschool me op de loonlijst zetten in plaats van dat ik voor m’n abonnementje betaal. Hij schuift telkens nieuwe leden mijn kant op want ze-legt-zo-lekker-goed-uit-en-heeft-engelengeduld. Zie mij nu niet als Ali in de ring staan. Ook dit is een gevalletje goed lullen, maar zelf toepassen ho maar.
Brengt me bij leuke dingen
Ik had mezelf én het leven veel te serieus genomen. Dat werd me duidelijk toen ik ineens niets meer kon. Toen ik van ziek naar steeds beter ging zei ik dat ik alleen nog maar dingen wil doen waar ik blij van word. Spelen. Misschien is dit een utopie. Maar ik doe wel een heleboel leuke dingen. Eindelijk. Mijn laatste werkzame jaren – zeg de afgelopen 30 jaar – deed ik vooral werken, punt. Nou is het ook niet zo dat ik helemaal geen leuke dingen deed maar ben iemand die werk heel belangrijk vind. Ik had werk op één staan. Mijn hond op twee. Dan de rest van mijn gezin. En ikzelf? Stond niet eens op die lijst.
Werkgeluk is geen levensgeluk
Heb jarenlang een mislukte praktijkstudie gemaakt van zoeken naar werkgeluk. Dit zelfs verward met levensgeluk. Ik had werkgeluk tot een soort zielsmissie gebombardeerd en ging volledig voorbij aan het feit dat er écht meer in het leven is dan werk.
Door dat zoeken naar meer ben ik van m’n pad geraakt. Niet als drugsverslaafde ofzo, als werkverslaafde. Ik werd pas echt werkongelukkig toen ik meer moest. Meer salaris. Meer titel. Meer auto. Ik had het blijkbaar nodig om niets van dit alles te hebben om te beseffen dat minder meer is. En tuurlijk denk ik soms: less is bore. Hobby’s zijn duur 😉
Shhttt…
Inmiddels heb ik zoveel hobby’s en doe ik zoveel leuke dingen dat ik eigenlijk geen tijd meer heb om te werken. Dat mag je niet hardop zeggen, hè?
Misschien lukt het me om – zij het tijdelijk – werk te doen wat ik niet zo leuk vind omdat ik nu wel een heleboel leuke dingen ernaast doe en eindelijk besef dat je niet alles uit je werk hoeft te halen.
De meesten halen levensgeluk uit kleine dingen. Waarom zou je werkgeluk dan groots maken?
Misschien is dit wel het grootste verschil
Tegenwoordig doe ik dingen omdat ik er gewoon blij van word en zeg steeds vaker ja tegen iets waarvan ik eerst dacht: meh, of wat levert dit me op?
Hoe meer leuks ik doe, hoe meer leuks er op mijn pad komt. Leuke mensen, een leuk behangimperium, leuke hobby’s, leuk vrijwilligerswerk op de zorgboerderij en misschien het belangrijkste: ik heb het leuk met mezelf. En binnenkort komt er nóg iets leuks bij!
Geen idee of ik dit al mag delen – dit zeggen echte sterren – maar…
Vanaf september ben ik iedere woensdagavond van 20.00 tot 22.00 uur te horen op Veteranen Radio. Hét station voor, door en met militairen, veteranen en thuisfront. Te beluisteren via https://veteranen-radio.nl/ (ze hebben zelfs een app!). Een radioprogramma waarin ik klets met voornamelijk meisjes die bij Defensie werken, hebben gewerkt of een relatie hebben met een militair.
Ik zeg weleens dat als kletskous een beroep was, ik dit professioneel deed. En tadaa! Gooi iets het universum in en het komt. Het is alleen op vrijwillige basis dus ik moet mijn wensen iets nauwkeuriger formuleren, maar John de Mol mag me bellen! Praten kan altijd, niewaar?
Houdoe hè!



