Liefde voor fietsen, bankjes en vooruit, ook voor mensen

Terwijl ik dit blog typ zou ik eigenlijk sollicitatiebrieven moeten schrijven. Je zou kunnen zeggen dat ik uitstelgedrag vertoon. Kan me er gewoonweg niet toe zetten. Het voelt alsof ik mezelf teleurstel, gemixte signalen het universum instuur en iets jinx wat ik helemaal niet wil jinxen. Ik doe namelijk al iets heel leuks. Maar de realiteit is dat behangen niet genoeg is. Nog niet. Hoewel ik een offerte met klotsende oksels de deur uit deed die, indien goedgekeurd, ervoor zorgt dat ik het twee maanden uitzing.

Zou ik solliciteren zo iedere maand kunnen uitstellen? Ergens hoop ik dat, en ergens weet ik dat deze onzekerheid voor stress zorgt. Ik ga niet goed op stress. Niemand, overigens, maar de één kan het soms net even beter verwerken dan de ander. Zou ik aan deze vorm van stress kunnen wennen?

Daarom was m’n eerste solo fietstrip zalig

Voor even was ik alles vergeten.

Mocht je het niet hebben meegekregen, ik ging dus vier dagen fietsen. Alleen. Met fiets in trein naar Den Helder en van daaruit fietsend naar Eindhoven.

Plantten anderen weer beren op mijn weg? Uiteraard! Er is een verschil tussen mensen die om 18.00 uur met het bord op schoot journaal kijken en mensen die dat niet doen of goed kunnen filteren. Niet iedere vrouw wordt namelijk van haar fiets getrokken en de bosjes ingesleurd.

Sterker nog

Het zal je verbazen hoe aardig de meeste mensen in het echt zijn. Stap met een (roze) fiets de trein in en je hebt gelijk aanspraak. Mensen die alles van je willen weten of alles over zichzelf delen. Iedereen heeft me een fijne reis gewenst en verteld dat ik moet genieten van elke meter. Niemand heeft me aangekeken met een wat-doet-zij-hier-met-die-kut-fiets-in-de-weg blik. Of misschien wel, maar ben zelf ook goed in filteren. 

Sta je met een (roze) fiets langs de kant van de weg om te eten, te drinken of als een boomer filmpjes op te nemen en mensen stoppen voor een kletspraatje. Vragen of alles goed gaat, band lek is, of je hulp nodig hebt, welke route je nou écht eens moet fietsen en ‘De filmpjes met die actioncam moeten op Youtube, hè!’ Op het terras vragen obers of ze even op m’n fiets moeten letten als ik naar het toilet ga. B&B houders die klaarstaan met een raketje als ik aankom fietsen. Extra zakjes bij het ontbijt stoppen zodat ik eten voor onderweg meeneem, want ‘Je moet goed eten, meid.’ Mensen die vanaf thuis of op het werk met me “mee fietsen”. Appjes met tips, aanmoedigingen en als ik bij ze in de buurt ben zeker even moet aanbellen voor verzorging. Zo zijn de meeste mensen: behulpzaam en meelevend.

Ik was alleen, maar ook weer niet

Ik heb deze dagen zoveel liefde gevoeld dat ik met een gevuld hart huiswaarts fietste. En als ik nou een euro kreeg voor iedere ‘Wat een mooie fiets heb je!’ had ik nu weer de volgende fietsvakantie gepland. 

Op de fiets voel ik me fijn. Zorgeloos. Vrij. Mezelf. 

Fietsen is spelen. Fietsen is vrijheid. Fietsen is simpel. Fietsen is alleen fietsen.

Thuiskomen is realiteit

Op de fiets is geen ruimte voor piekeren of gedoe. Thuis is hoe krijg ik Plakpoes zo snel mogelijk rendabel en staat mijn hoofd op: nog maar één maand en dan moet ik zelf geld verdienen. Niet af en toe, maar iedere dag, of in ieder geval drie dagen per week. Of van die offertes van één grote klus en deze facturabel maken.

Thuiskomen is ook voor wakker worden

Mevrouw-ik-heb-nergens-last-van werd een dag later wakker met het gevoel overreden te zijn door een vrachtwagen. Met spaghettibenen die leeg waren. Chagrijnig. Sip. Zelfs een beetje verdrietig. 

Het was als thuiskomen na een heerlijke vakantie alleen dan met nóg minder ruis want op de fiets heb je daar geen ruimte voor, zoals je op het strand nog kunt weg mijmeren.

Misschien stap ik daarom het liefst vandaag weer op m’n fiets. Fietsen is doorgaan. En als het even tegenzit of de weg eindeloos lang lijkt is fietsen verstand op nul, Metallica aan en doorrammen.

Een vriendin vroeg me naar Spanje te komen tijdens haar vakantie en mijn eerste gedachte was: zou ik dat op de fiets kunnen doen? Het antwoord is overigens nee. Ben een week thuis en slaap nog steeds klokjes rond. En kan niet eeuwig blijven struisvogelen. 

Hoewel…

Ik heb een bankje dat zich leent voor struisvogelpolitiek. Mijn liefde voor bankjes komt door Harrie. Wij zaten samen op veel bankjes.

Harrie liet me vertragen op die bankjes.

Dus toen Harrie er niet meer was meed ik bankjes want ze deden me aan hem denken. Daarna kwam de fase dat ik huilde op zo’n beetje ieder bankje omdat ik Harrie zo mis. Terwijl ik dit typ moet ik ook huilen (misschien komt de periode van de maand eraan, staat gelijk aan emotioneel ontoerekeningsvatbaar). Ik zat dus niet meer zo graag op bankjes.

Maar ik heb er één. Een bankje waar ik met m’n bak thee naartoe loop. Een bankje met uitzicht. Waar de avondzon m’n gezicht verwarmt, m’n hoofd rustig maakt en m’n lijf slap wordt. Een bankje waar ik naar podcasts luister, of naar muziek, of naar het gepieker van mijn brein wat daarna stil wordt, of ik luister naar helemaal niets.

Een bankje dat me rust geeft in de reuring van de stad.

Mijn bankje

Zodra mensen voorbij lopen probeer ik mijn energie zo groot te maken dat het hele bankje ermee is gevuld. Stel je voor dat iemand erbij komt zitten. Zoveel liefde voor de medemens heb ik nou ook weer niet. Maar vervolgens wel tegen een wildvreemde die op een stuk hout zit zeggen: ‘Waarom zit je hier terwijl er om de hoek zo’n fijn bankje staat?’ Dat hij me bedankte en opstond om naar mijn bankje te lopen en ik mezelf afvroeg waarom ik zo stom was dit delen.

Waarom?!

Vroeg ie ook nog of ik er iedere avond zat. Met zo’n irritante glimlach. Ik gaf ’m één fucking vinger en voor ik het wist had ie mijn hele bankjesplanning nodig.

Je snapt dat ik nu dus ook niet ga vertellen waar dit bankje staat, hoe ver het lopen is vanaf mijn huis en wat dan precies mijn uitzicht is. Had voor dit blog eigenlijk een foto van mezelf op dat bankje, met de avondzon door m’n haren schijnend – best goed gelukt – Maar nee, het risico op locatieherkenning is te groot. Ik overweeg de gemeente te vragen of ik het mag adopteren. Met zo’n plaquette erop: Plakplek van Plakpoes. 

Ik kan met een vol hoofd naar dat bankje lopen om er even later – ik zou er uren kunnen zitten, wat soms ook gebeurt – met een leeg hoofd en rustig lijf vanaf te komen. Het is voor mij de perfecte dagafsluiter. Bijna iedere avond zit ik op dat bankje. Dus van mij mag deze zomer nog maanden duren – jaren mag ook – Misschien dat ik op dit bankje ook wel het antwoord vind op hoe ik het schrijven van sollicitatiebrieven vermijd.

En ergens denk ik, weet ik, dat dit precies is wat Harrie voor mij voor ogen had: vertraag, druktemaker, alles komt goed. En ik hoop dat ie er zo af en toe eens bij komt zitten.

Oh god. Gaan we weer.
Tijd om ongesteld te worden, alsjeblieft. 

Houdoe hè!